TU Eindhoven meet beleving van gamers in lab
Informatietechnologie
Door: Bram VerheesTECHNO! nr. 1/2008

Computergames zijn razend populair, maar over spelbeleving is nog bijna niets bekend. Daarom heeft de Technische Universiteit Eindhoven een laboratorium ingericht om te onderzoeken hoe spelers reageren op hun game. 'Deze gegevens zijn al tijdens het gamen terug te koppelen naar het spel, zodat het zich realtime kan aanpassen aan de gamer.'
Toen games nog gewoon computerspelletjes heetten, kocht dr. Wijnand IJsselsteijn, mededirecteur van het Eindhovense Game Experience Lab, zijn eerste computer. 'Een Commodore 64, op mijn vijftiende. Tegenwoordig ben je er dan laat bij.' Gamen is inmiddels razend populair, maar over hoe mensen het spelen precies ervaren, is weinig bekend. Daarom beschikt de Technische Universiteit Eindhoven sinds kort over een laboratorium om allerlei aspecten van die spelervaring te onderzoeken. Een observatieruimte vormt het zenuwcentrum van dit Game Experience Lab, maar de echte lol begint pas in de twee andere ruimten. Een daarvan is ingericht als studeerkamer, terwijl de andere sprekend op een woonkamer lijkt. Dat is nodig omdat de game-ervaring in die twee ruimten nogal verschilt.
STUDEERKAMER
In de studeerkamer staat een bureau met daarop een oogstrelende pc. 'Die is voorzien van een razendsnelle processor en de beste videokaart die op de markt verkrijgbaar is', vertelt IJsselsteijn. 'Het is een droom voor de serieuze gamer, die vaak alleen achter zijn computer zit.' Een proefpersoon wordt hier op allerlei manieren in de gaten gehouden. Dat begint al bij de zitplek. 'Geen gewone bureaustoel', waarschuwt IJsselsteijn. 'Daar hebben we flink aan geklust: de stoelpoten zijn voorzien van druksensoren die meten of de proefpersoon naar voren of naar achteren leunt. Als je ergens aandacht aan besteedt, zit je namelijk letterlijk op het puntje van je stoel, terwijl je naar achteren hangt als je een flinke prestatie hebt geleverd of juist gefrustreerd raakt.' Druksensoren zijn ook te vinden op het toetsenbord en de muis. 'Het blijkt dat als je in een spel begint te slaan, je vanzelf harder op de muisknoppen gaat duwen', aldus IJsselsteijn. Een drietal camera's houden de lichaamsbewegingen van de proefpersoon in de gaten, waarvan eentje de gezichtsuitdrukking registreert. Verder krijgt de gamer een aantal sensoren op het lichaam. Zo meet een oorclipje de hartslag en vingersensoren de huidweerstand.
Lees verder in TECHNO! nummer 1 feb/mrt 2008